Raffie
Pedagogisch plan
Tarieven
Contact

                                                          Pedagogisch beleidsplan.

 

Algemene visie:

Ieder kind is anders en zo mag je zijn en zo wordt je gewaardeerd. Het kind wordt serieus genomen. Dit in een zo veilig mogelijke omgeving, waarin de kinderen zich prettig voelen en voldoende uitdaging vinden om te ontwikkelen op je eigen niveau met heel veel plezier. Het kind moet zich vertrouwd voelen zodat het zelfvertrouwen krijgt en nieuwe uitdagingen aangaat. Dit alles onder wettelijke kaders en richtlijnen die hier van toepassing zijn.

 

 

1. Een veilige basis bieden waar kinderen zich kunnen ontspannen en zichzelf kunnen zijn.

 

De kinderen moeten zich op hun gemak kunnen voelen en een eigen plekje in het gezin kunnen vinden. Hier gaat een gewenning periode aan vooraf. Voor de één is het gelijk goed en voor de ander duur het wat langer. Soms is het nodig dat moeder of vader samen met het kindje wat vaker langs komt. Peuters die een oppas nog niet gewend zijn vinden het vaak moeilijk.

Voordat de kinderen komen heb ik speelgoed voor hen klaar gezet wat hen aanspreekt en wat bij hun leeftijd hoort. Voor de kleintjes ligt er een speelkleed met speelgoed en voor de baby een uitdagende veilige box. Door gebruik te maken van een dagplanning zorg ik ervoor dat er een logische overgang tussen de verschillende activiteiten, order ik het speelgoed, zing vertrouwde liedjes en stel heldere regels. Structuur geeft herkenning en veiligheid. Zich veilig voelen is een basisbehoefte voor een goede ontwikkeling. Dit wordt bepaald in de relatie tot mij, tot andere kinderen en de omgeving. Uiteindelijk moet het kind zich veilig voelen om zijn emoties, zoals verdriet, boosheid en blijdschap aan mij te tonen en te delen, zonder dat hij zich hierin beperkt voelt. Hier heb ik het over emotionele veiligheid. Fysieke veiligheid moet je allerlei voorzorgsmaatregelingen nemen die wettelijk bepaald zijn, maar toch moet uitdaging en veiligheid in balans liggen voor een goede ontwikkeling.

 

 

2. De gelegenheid tot het ontwikkelen van de "persoonlijke competentie"

 

1.Lichamelijke ontwikkeling

Te onderscheiden: *Grove motoriek; (bv. Voetbal, klimrek, fietsen, schommelen en zwemmen).

                                    *Fijne motoriek; (bv. Tekenen, verven, plakken, knippen en kleien).

                                    *Zintuiglijke ontwikkeling; (bv. Bezig zijn met eten, luisteren naar muziek, spelen met                                              water en zand).

 

 

 

Afhankelijk van de leeftijd en de persoonlijke ontwikkeling zal het accent per kind verschillend zijn. Ik let hierbij op speelgoed, creatieve activiteiten en spel en sport activiteiten.

 

 

2. Ontwikkeling van identiteit en zelfredzaamheid.

 

Ik geef het kind de ruimte om de wereld te verkennen, hierbij ondersteun ik het kind stap voor stap en laat ik het experimenteren. Het is voor het kind fijn om eerst zelf naar oplossingen te zoeken. Ik stimuleer het kind om dingen zelf te doen zoals, helpen tafeldeken, boterham smeren, konijnen eten geven, schoon- maken, plantjes water geven, zindelijkheid, enz. Door ruimte voor "zelf doen" en begeleiding waar nodig, bouwt het kind zelfvertrouwen op, ontwikkelt een goed zelfbeeld en een gevoel van eigenwaarde, vergroot zijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid. In de omgang met volwassenen en andere kinderen ontdekt het kind zijn eigen identiteit en mogelijkheden.

Zindelijkheidstraining.

 

3. Cognitieve- en taal ontwikkeling.

 

Al spelende leert het kind de wereld om zich heen kennen, eerst alleen van concrete materialen en door doen. Steeds meer gaat de taal een rol spelen van geluidjes tot woorden naar zinnen. Door het steeds te benoemen van wat er gebeurd en wat er te zien valt ben ik altijd actief met deze ontwikkeling bezig. Ook vertellen kinderen graag. En natuurlijk voorlezen, lezen, plaatjes kijken en liedjes zingen.

 

4. Creatieve ontwikkeling.

 

 

 

De kinderen kunnen uit een kast vol met materialen kiezen wat zij willen maken en met welk materiaal. Dit voor elke leeftijd. Ook is er een verkleedbox, muziek instrumenten en leuke muziek om te dansen.

 

3. De gelegenheid tot ontwikkelen van de "Sociale competentie"

 

Hierin ben je als gastouder het voorbeeld, en de begeleider tot deze competentie. Samen spelen heeft alle aspecten tot het leren van sociale verantwoordelijkheid. Ik denk dan aan, in een ander verplaatsen, overleggen, delen, samen werken, een ander helpen, ruzie voorkomen en oplossen.

 

In de groep wordt iedereen geaccepteerd voor wie hij is en wordt het samen spelen gestimuleerd en begeleid, maar ook grenzen aangegeven, niet elk kind wil gelijk met een ander iets doen. Je mag ook verlegen zijn en eerst de kat uit de boom kijken. Ik stimuleer de kinderen om het te zeggen zonder kwetsend te zijn. Mijn rol is niet om gelijk in te grijpen, maar de kinderen de kans te geven om zelf tot oplossingen te komen en als het nodig is help ik hen.

De interactie met leeftijds genoten, het deel zijn van de groep en het deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt kinderen een leefomgeving voor het opdoen van sociale competenties. Het geeft aan kinderen kansen om zich te ontwikkelen tot evenwichtige personen die functioneren in de samenleving.

 

4. De gelegenheid om zich de waarden en normen van de cultuur eigen te maken waarvan zij deel uitmaken.

 

Normen en waarden spelen een belangrijke rol bij de opvoeding. Maar wat door iemand belangrijk wordt gevonden, verschilt van mens tot mens. Zowel verbaal als non-verbaal laten mensen blijken wat ze vinden. Er moet afstemming zijn tussen ouders en mij om belangrijke normen en waarden gelijk in het begin bespreekbaar te maken om op één golflengte te komen. Ik denk hierbij aan godsdienst, andere cultuur, taalgebruik, omgaan met anderen en respect hebben voor elkaar. Het is belangrijk hier open over te blijven want het kan anders gaan als thuis, dat wil niet zeggen dat dit een probleem oplevert. Op deze manier leert het kind dat er verschillen kunnen zijn en dat het ook goed is.

 

Als gastouder heb ik de taak de kinderen op de juiste manier aan te spreken, plezier te maken, grapjes uithalen, stoeien, troosten, bevestigen, verzorgen, aanmoedigen en uitleg geven. Dit met aansluiting op persoonlijke emoties en ervaringen van het kind. Zowel sensitief als professioneel wordt erop het kind gereageerd dit met respect voor de autonomie van elk kind. 

Raffie
a.ubels@live.nl